Nieuw
PERSBERICHT
Den Haag, 9 november 2010
Preferentiebeleid zorgverzekeraars oorzaak leveringsproblemen geneesmiddelen
De Bond van de Generieke Geneesmiddelenindustrie Nederland (Bogin) is niet verbaasd over de uitkomsten van het NOS Net onderzoek. Hieruit blijkt dat er leveringsproblemen zijn voor de door zorgverzekeraars aangewezen preferente geneesmiddelen. Op 20 april 2009 waarschuwde de Bogin al dat het uitbreiden van het preferentiebeleid zou leiden tot ‘een ernstige bedreiging voor de continuïteit van levering van generieke geneesmiddelen’. Bij preferentiebeleid wijzen zorgverzekeraars geneesmiddelen (waarvan het patent verlopen is en generieke alternatieven beschikbaar zijn) aan voor een bepaalde periode, nu veelal voor een jaar of langer. De aanwijzing gebeurt voornamelijk op basis van de laagste prijs. Andere leveranciers worden uitgesloten. De leveringsproblemen zijn met name het gevolg van het door de zorgverzekeraars ingevoerde preferentiebeleid.
Voorraden
Bogin voorzitter Frank Bongers: ‘Het preferentiebeleid van zorgverzekeraars is gebaseerd op selectie van de laagste prijs en uitsluiting van de andere producten. Daarnaast houdt de uitvoering van het beleid geen rekening met de logistieke processen bij fabrikanten van generieke geneesmiddelen. Door de toegepaste methode komt het voor dat door de gehanteerde korte termijn er niet genoeg van het gekozen geneesmiddel beschikbaar is en er dus een tekort ontstaat. Als voor een product één leverancier wordt aangewezen om dat product gedurende een periode te leveren, zijn andere leveranciers genoodzaakt hun voorraden af te bouwen. Zij kunnen dan ook meestal niet het tekort opvullen. Het kan niet van generieke fabrikanten verwacht worden dat zij voorraden blijven aanhouden waarbij het risico bestaat dat die later moeten worden vernietigd. Een bedrijf gaat immers geen voorraad aanleggen van producten die niet verkocht kunnen worden. Ook is het niet mogelijk om op korte termijn grotere voorraden voor de Nederlandse markt beschikbaar te krijgen omdat de tijd voor de productie toch al snel 4-6 maanden bedraagt. In dit verband is het belangrijk te weten dat generieke geneesmiddelen bijna 60% uitmaken van de gebruikte geneesmiddelen in Nederland tegen slechts 10% van de totale geneesmiddelenkosten. Gemiddeld ligt de prijs van een maandverpakking van een generiek geneesmiddel onder de 3 euro. In de beginfase van het preferentiebeleid traden deze effecten nog niet op omdat er voldoende voorraad beschikbaar was. Maar die voorraden zijn natuurlijk als gevolg van het preferentiebeleid aangepast. De Bogin heeft reeds in een vroege fase gewaarschuwd voor de effecten die nu optreden. Uit het oogpunt van de patiënt is nu een onwenselijke situatie ontstaan die kan worden opgelost door een ander en beter beleid dan het huidige preferentie beleid.’ PERSBERICHT Den Haag, 6 mei 2010
Bogin: generieke biologische geneesmiddelen bewezen veilig
Specialité geneesmiddelenbranche veroorzaakt onrust
De Bogin is van mening dat de Vereniging innovatieve geneesmiddelen Nederland (Nefarma) op onverantwoorde wijze het vertrouwen in biologische geneesmiddelen van generieke geneesmiddelenfabrikanten ter discussie stelt. De Nefarma waarschuwt in haar persbericht van 4 mei 2010 voor het wisselen van innovatieve biologische geneesmiddelen en biosimilars (generieke biologische geneesmiddelen). Volgens Nefarma heeft wisselen “onvoorspelbare gevolgen voor werking en bijwerking”.
Zelfde registratieprocedure
Frank Bongers, voorzitter Bogin: ‘Voor de registratie van generieke biologische geneesmiddelen dient de fabrikant een uitgebreid, aan het product aangepast registratiedossier in te dienen, waaronder ook klinische onderzoek gegevens. Dit dossier wordt zorgvuldig beoordeeld, net als dossiers van innovatieve biologische geneesmiddelen, door het Europese Medicines Agency (EMA). Bij elke registratie verklaart de EMA dat de geregistreerde producten qua werkzaamheid en veiligheidsprofiel vergelijkbaar zijn met het referentieproduct.’
Studies en ervaringen
‘Nieuwe biologische geneesmiddelen, geïntroduceerd na afloop van het patent van het referentieproduct, zijn betrouwbaar qua werking en bijwerking en essentieel voor het realiseren van noodzakelijke essentiële besparingen van de geneesmiddelenvoorziening. Dit wordt door toepassing in de praktijk verder bevestigd. Zoals bij elke medicatie met biologische middelen is natuurlijk een adequate begeleiding door de zorgverlener belangrijk. Bij de keuze van geneesmiddelen speelt naast kwaliteit en service, ook het keuzecriterium doelmatigheid een belangrijke rol. Bij vergelijkbare werking en bijwerking is dus de kostencomponent een belangrijke factor. Biologische geneesmiddelen van generieke geneesmiddelenfabrikanten dienen daarom op die basis de voorkeur.’
PERSBERICHT Den Haag, 9 juli 2009
Europese Commissie wil generieke concurrentie stimuleren
BOGIN positief over uitkomsten onderzoek Europese Commissie
Bogin (Bond van Generieke Geneesmiddelenfabrikanten in Nederland) is positief over de uitkomsten van het onderzoek van de Europese Commissie (EC) naar de problemen rondom de concurrentie in de farmaceutische sector. De Europese Commissie presenteerde op 8 juli in Brussel de resultaten en aanbevelingen. Eén van de uitkomsten is dat specialité fabrikanten een aantal instrumenten gebruikt om de commerciële levensduur van hun producten zo lang mogelijk probeert te verlengen om zo generieke geneesmiddelen uit de markt te houden. In het rapport wordt een aantal aanbevelingen gedaan om de generieke concurrentie in de Europese gezondheidszorg te vergroten en significante kostenbesparingen te realiseren. Bogin onderschrijft de conclusies en uitkomsten en dringt aan op een snelle invoering van de aanbevelingen van het onderzoek.
Snelle invoering
Bogin-voorzitter Frank Bongers: ‘Voor Bogin is het rapport van de EC zeer welkom. Uit het onderzoek blijkt onder meer dat er gaten in de wetgeving zijn die specialité fabrikanten mogelijkheden bieden om introducties van betaalbare, generieke geneesmiddelen te vertragen en tegen te houden. Daarom verwelkomt Bogin het belang dat de EC geeft aan de noodzaak van kwalitatief hoogwaardige patenten en de lat hoog wil leggen voor patentaanvragen. Hierdoor kan het zogenaamde ‘evergreening - het verlengen van patenten zonder aantoonbaar klinisch voordeel - worden voorkomen. Originators worden door het bestaan van alle patenten minder gestimuleerd om echt innovatieve geneesmiddelen te ontwikkelen. Het aanscherpen van de Europese wetgeving op vier terreinen - patenten, farmaceutische wetgeving, prijs- en vergoedingsregels en concurrentie - zal resulteren in een heldere, functionele farmaceutische markt voor heel Europa. Bogin dringt aan op een snelle implementatie van de aanbevelingen, want van 2009 tot 2020 zullen veel specialité producten uit patent vallen. Op Europees niveau bedraagt dit zo’n 90 miljard euro aan marktwaarde. Als deze geneesmiddelen als generiek, direct na patentafloop worden geïntroduceerd, levert dit kostenbesparingen op en garandeert een continue farmaceutische zorg in Europa. Echter, veel van die besparingen zullen verloren gaan als de aanbevelingen van de Commissie niet worden ingevoerd.’
De Europese Commissie vraagt de lidstaten dringend om:
- ervoor te zorgen dat er tijdens procedures geen verklaringen van derden zijn en dat deze hoe dan ook niet leiden tot vertragingen bij de goedkeuring van generieke middelen;
- de goedkeuringsprocedures voor generieke geneesmiddelen fors te versnellen. Zo vindt de Commissie bijvoorbeeld dat voor generieke producten de prijs en de vergoedbaarheid automatisch/onmiddellijk moeten worden geregeld wanneer die kwesties al voor het originator-geneesmiddel zijn geregeld. Daardoor zouden in bepaalde gevallen producten sneller op de markt kunnen komen;
- op te treden indien aan het licht komt dat op hun grondgebied misleidende informatiecampagnes lopen die twijfel zaaien over de kwaliteit van generieke geneesmiddelen;
- de onderzoeken naar de toegevoegde waarde van nieuwe geneesmiddelen te stroomlijnen.
Persbericht Europese Commissie
Persbericht EGA
----------------------------------------------------------------------------------------------------------
Noot voor de redactie:
Hieronder staat de volledige verklaring van de Bogin. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Bogin voorzitter Frank Bongers, tel 070 426 22 37, e-mail: bogin@planet.nl.PERSBERICHT Den Haag, 20 april 2009
UNIVE, VGZ, IZA en TRIAS starten eenzijdig preferentie systeem
De gevolgde procedure voor het preferentiebeleid van UNIVE, VGZ, IZA en TRIAS (hierna te noemen UNIVE) voor nog eens elf geneesmiddelen is onacceptabel volgens de Bond van de Generieke Geneesmiddelenindustrie Nederland (Bogin). De aanbesteding voor het UNIVE preferentiebeleid sloot op 20 april om 14.00 uur. De preferentieperiode loopt van 1 juni 2009 tot en met 1 juli 2010. In het UNIVE preferentiebeleid zijn de belangen van de geneesmiddelenproducenten onvoldoende gewaarborgd. Verder is er sprake van eenzijdige invulling van verplichtingen aan de kant van de geneesmiddelenleveranciers en vrijblijvendheid aan de kant van de zorgverzekeraars.
Het is ook opmerkelijk dat UNIVE zich voortdurend heeft beklaagd over het bestaan van kortingen in de geneesmiddelenmarkt, maar nu zelf kortingen bedingt. Het Lange Termijnplan van minister Klink van VWS is er op gericht om meer prijsconcurrentie te stimuleren en niet functionele kortingen uit de markt te halen. Bogin steunt dit beleid van de minister ten volle en heeft daartoe ook voorstellen bij het Ministerie van VWS neergelegd. Het preferentiebeleid en ook de vorm die nu is gekozen voor de elf geneesmiddelen door UNIVE, VGZ, IZA en TRIAS zijn een ernstige bedreiging voor de continuïteit van levering van generieke geneesmiddelen en het betaalbaar houden van de geneesmiddelenvoorziening in de toekomst. Generieke geneesmiddelen zorgen voor het betaalbaar houden van de geneesmiddelenvoorziening. Nu is al ruim 55% van de afgeleverde geneesmiddelen in Nederland een generiek geneesmiddel terwijl de kosten slechts ongeveer 10% van de totale geneesmiddelenkosten bedragen.
Bogin verklaring 20 April 2009
Bogin standpunt preferentiebeleid van UNIVE, VGZ, IZA, TRIAS per 1 juni 2009
UNIVE, VGZ, IZA en TRIAS starten eenzijdig preferentie systeem
De Bogin heeft kennis genomen van de brief namens UNIVE, VGZ, IZA en TRIAS (hierna te noemen UNIVE) van 18 maart 2009 waarin zij bekend maakt gezamenlijk per 1 juni 2009 voor elf geneesmiddelen preferentiebeleid te willen gaan voeren op basis van een speciale overeenkomst tussen de zorgverzekeraars en de geneesmiddelenfabrikanten van de elf geneesmiddelen. De preferentie periode loopt van 1 juni 2009 tot en met 1 juli 2010. Voor inschrijvingen door geneesmiddelenfabrikanten is er een speciale procedure opgesteld en moet er gebruik gemaakt worden van een daartoe opgesteld inschrijfformulier. De inschrijving is gesloten per 20 april 2009, 14.00 uur.
De Bogin maakt zich ernstig zorgen over deze wijze van uitvoering geven aan de rol van de zorgverzekeraar. De Bogin baseert zich hierbij op de genoemde brief van UNIVE alsmede de vraag- en antwoordlijst die door UNIVE is gepubliceerd op 6 april 2009.
De Bogin moet het volgende constateren:
-De beschreven procedures zijn niet transparant en voldoen niet aan de gebruikelijke criteria voor het doen van dergelijke aanbestedingen. Objectieve controle is niet mogelijk en de geneesmiddelenfabrikant is geheel afhankelijk van de gegevens die de zorgverzekeraars zelf opstellen. Ook is er niet voorzien in enige vorm van rechtsbescherming in de aanbestedingsfase.
- De door de vier zorgverzekeraars gehanteerde procedure is eenzijdig opgesteld waarbij er feitelijk sprake is van een dubbele aanbesteding: een prijsopgave via de Taxe (de maandelijkse adviesprijslijst die wordt gehanteerd bij het bepalen van de vergoedingen voor de in Nederland beschikbare geneesmiddelen) en een prijsopgave onder couvert bij de vier zorgverzekeraars. De laagste couvertprijs voor een bepaald geneesmiddel is het voorkeursgeneesmiddel voor de bij de zorgverzekeraars aangesloten verzekerden voor de bepaalde periode.
-De zorgverzekeraars verbinden eenzijdig aan de selectie een aantal voorwaarden. De geneesmiddelenfabrikanten kunnen geen voorwaarden aan hun eventuele aanbod verbinden, zij moeten een onvoorwaardelijk aanbod doen.
- In geval van noodzakelijke prijsmutaties, door bijvoorbeeld stijging van grondstofprijzen, is er geen mogelijkheid deze door te berekenen.
- In geval van prijsdalingen in de Taxe onder de couvertprijs of andere prijsverlagingen in de Taxe, bijvoorbeeld door andere leveranciers van hetzelfde geneesmiddel dat niet is geselecteerd, moeten er nieuwe onderhandelingen plaatsvinden tussen de zorgverzekeraars en de preferente fabrikant zonder dat hiervoor een goede procedure is beschreven. Indien niet binnen tien dagen na publicatie van bewuste Taxe overeenstemming is bereikt, vervalt de overeenkomst ‘op een nader door de verzekeraar te bepalen datum’. Een dergelijke eenzijdige bepaling is onbehoorlijk.
- In de overeenkomst wordt een leveringsgarantie geëist voor de verzekerden van de zorgverzekeraars, zonder dat er ook een garantie is van afname van een overeengekomen volume van een betreffend geneesmiddel.
- Ook wordt een garantie voor een houdbaarheid van minstens vijftien maanden verlangd, die logistiek gezien niet realistisch is.
- In de overeenkomst wordt voorbijgegaan aan de logistieke processen en de kosten daarvan.
- Er is geen enkele zekerheid dat de opgave door de zorgverzekeraar van de verkoop van het betreffende geneesmiddel ook daadwerkelijk is afgeleverd door de apotheker aan de patiënt. Dit wordt ook toegegeven door de zorgverzekeraar waarbij dit volgens de zorgverzekeraar behoort tot het ondernemersrisico. Het is dus zeer goed mogelijk dat er moet worden afgerekend voor geneesmiddelen die niet door de preferente geneesmiddelenleverancier zijn geleverd.
De Bogin is van mening dat de door UNIVE, VGZ, IZA en TRIAS gevolgde procedure onacceptabel is. De belangen van de geneesmiddelenleveranciers zijn onvoldoende gewaarborgd en er is sprake van eenzijdige invulling van verplichtingen aan de zijde van de geneesmiddelenleverancier en vrijblijvendheid van de kant van de zorgverzekeraars. Het is ook opmerkelijk dat de zorgverzekeraars UNIVE, VGZ, IZA en TRIAS zich voortdurend hebben beklaagd over het bestaan van kortingen op apothekersniveau en gepleit hebben voor een markt zonder niet functionele kortingen, maar nu zelf kortingen bedingen. Het lijkt er op dat UNIVE, VGZ, IZA en TRIAS er nu belang bij hebben dat de Taxe prijs zo hoog mogelijk is (wordt) zodat er daadwerkelijk kortingen kunnen worden bedongen. Het Lange Termijnplan van minister Klink van VWS is er juist op gericht om meer prijsconcurrentie te stimuleren en ‘niet-functionele’ kortingen uit de markt te halen.
De Bogin steunt dit beleid van de minister ten volle en heeft daartoe ook voorstellen bij het ministerie neergelegd. Daarnaast is het niet duidelijk hoe de plannen van UNIVE, VGZ, IZA en TRIAS uitwerken op apotheekniveau en of dit, zoals in 2008, een verhoging van de afleverkosten (receptregel) voor de apotheker tot gevolg heeft.
Tot slot concludeert de Bogin dat deze ontwikkeling een normale marktdynamiek, zoals voorzien in de plannen van de minister, in de weg staat. Het preferentiebeleid en ook de vorm die nu is gekozen voor de elf geneesmiddelen door UNIVE, VGZ, IZA en TRIAS zijn een ernstige bedreiging voor de continuïteit van levering van generieke geneesmiddelen en het betaalbaar houden van de geneesmiddelenvoorziening in de toekomst. Generieke geneesmiddelen zorgen voor het betaalbaar houden van de geneesmiddelenvoorziening. Nu is al ruim 55% van de afgeleverde geneesmiddelen in Nederland een generiek geneesmiddel terwijl de kosten slechts ongeveer 10% van de totale geneesmiddelenkosten bedragen.